donderdag 19 juni 2008

18.06.2008: dag 338: Machu Picchu










We moeten vroeg uit de veren als we bij de vierhonderd eersten willen zijn die dagelijks worden toegelaten om de Huayna Picchu willen beklimmen.
Het inkomticket moet vooraf gekocht worden in Aguas Calientes. Een sirène loeit, rode lichten flikkeren, lichtspots worden op ons gericht, veiligheidsagenten duiken op: het had gekund maar de man aan het loketje wijst ons discreet op de valse studentenkaarten die wij hem aanbieden nadat hij ze onder het ultraviolet licht heeft gehouden. Pats! Koud gepakt! “Hoezo vals?” Ons protest in ’t Spaans klinkt niet echt overtuigend. “Wij hebben die kaarten eerlijk op de zwarte markt gekocht!” Die Thaï zijn ook voor niks te vertrouwen ...
Op basis van hun leeftijd krijgen onze drie studenten alsnog de gevraagde korting.
Bussen rijden de hele dag op en neer over een zigzagweg naar de top van de berg. We zijn met z’n allen voorbereid op één van de belangrijkste archeologische sites van de wereld.
Er schuift al veel volk aan. Even het reglement aan de ingang bekijken: eten en drinken meebrengen is verboden; aanschuiven aan het buffet van het hotel mag dan weer wel. Vuilnisbakken ontbreken en toiletten zijn niet beschikbaar. Goed bekeken; de duizenden bezoekers worden zo naar het enige en peperdure hotel gelokt. Gelukkig is ons ‘dagpakje’ goed gevuld ...
Het eerste zicht na aankomst is een verzameling van grijze stenen muren van woningen en opslagplaatsen, volledig, intact en zonder daken. Naarmate je hoger klimt over terrassen die volledig nieuw lijken, overvalt je stilaan een gevoel van stijgende verbazing en ontzag. De omliggende donkere bergen, smaragdgroene grasterrassen en de stad op de heuvel schuiven stilaan in en over elkaar tot het finale adembenemende zicht dat de hele wereld ondertussen kent. Macchu Picchu in al zijn grootsheid: dit is pure grandeur! De ligging in deze ontoegankelijke groene bergen is magnifiek en perfect. Enkele lama’s in de voorgrond zorgen voor de perfecte foto. De vergeten stad van de Inca’s ligt op een valse top tussen verschillende bergpieken, vijfhonderd Inca’s bleven onzichtbaar voor de Spanjaarden beneden. De Spanjaarden wisten van het bestaan van Machu Picchu maar vonden de stad nooit. De inwoners verlieten uiteindelijk Macchu Pichu en hun geheim bleef bewaard tot 1912. We zijn het erover eens: dit is de absolute ‘Numero Uno’ van al hetgeen we op deze wereldreis zijn tegengekomen!
We komen straks nog terug. We spoeden ons naar de Huayna Picchu, de spectaculaire groene bergpiek die de achtergrond van Machu Picchu vormt. We worden vanaf bezoeker honderdvijfenzestig geregistreerd. Sander is sedert gisteren verkouden en heeft niet genoeg adem om de beklimming naar de top aan te vatten. Hij wacht op ons aan de voet van de rotswand.
Bijna loodrecht en dus steil omhoog: de uitgehouwen rotstrapjes zijn hoog, de klim van een uurtje vereist de nodige inspanning maar als beloning ontvouwt zich een ontzagelijke uitkijk op Macchu Picchu beneden, een panorama van driehonderzestig graden op de met sneeuwbedekte Andes en de Urubambavallei in ochtendnevels, kortom het mooiste panorama op aarde. Hier wonen de goden ...
Het is druk op het smalle rotspaadje, tientallen zwaar hijgende klimmers proberen ook de top te halen, het merendeel taterende Amerikaanse studenten passeren de omgekeerde weg. Sander wacht ons op; hij heeft de plaats van de goden niet gezien; in ruil hebben tientallen muggen hebben zijn benen bewerkt met steken.
Ee andere uitkijk bevindt zich aan de Puerta del Sol, aan de andere zijde van de stad. Een lang en heet weggetje brengt ons naar het tweede uitzichtspunt dat een heel andere en ruimere kijk geeft op de volledige omgeving; dit is de eerste blik die trekkers op Machu Picchu krijgen als zij de vierdaagse van het Incapad besluiten. Een blik die ook wij -twintig jaar eerder – mochten ontwaren ...
Nu we de site vanaf alle zijden hebben bewonderd is het tijd dat we ons laten rondleiden door iemand met kennis van zaken; een gids brengt ons op de hoogte van het leven, gewoonten en mysteries van de Inca’s in Macchu Pichu.
Sander keert met de bus alleen terug naar Aguas Calientes. Wij gaan tevoet: anderhalf uur over een stenen voetpad door de dichte jungle recht naar beneden tot in het centrum van het stadje aan de rivier.
Het is nog vroeg avond als we met z’n allen de vermoeide benen strekken

maandag 16 juni 2008

17.06.2008: dag 337: Cusco - Aguas Calientes







Op weg naar Machu Picchu bezoeken we vandaag de ‘heilige vallei van de Inca’s’: de Urubambavallei, zo genoemd naar de rivier die er stroomt.
Een busje vertrekt in het centrum van Cusco en een korte rit leidt uit de vallei omhoog langs de bruine huisjes van leemblokken waarvan de gevels volgeverfd zijn met schreeuwende reclames en slogans van politieke partijen. We rijden opnieuw langs Tambo Machay en verder door een prachtig berglandschap met eucalyptusbomen en in de verte de sneeuwreuzen van de Andes.
Pisac is onze eerste stop, een authentiek Indianendorp en bij de toeristen vooral bekend om zijn markt. Prachtig gelegen in het dal, een typische plaza met het klassieke kerkje, smalle straatjes met bescheiden lemen huisjes met pannendaken. Kleurrijke mensen die leven op het ritme van de seizoenen. Eeuwenoude landbouwterrassen waar aardappelen en maïs geteeld wordt en lama’s grazen op de hellingen van de Andes. Een idyllisch postkaartdorpje dat met de komst van het massatoerisme volledig om zeep is gehopen. Busladingen toeristen worden iedere ochtend op de plaza gedropt, de straatjes die enkel geschikt zijn voetgangers dienen als parking voor tientallen bussen en taxi’s. De van oorsprong kleine markt is uitgegroeid tot een ordinaire en grootschalige kermis waar huisvlijt, wandtapijten, beeldjes en allerlei leuke hebbedingetjes aangeboden worden aan het grotendeels Amerikaans publiek. Kinderen poseren lieftallig in klederdracht met jonge geitjes in de arm, vrouwen zorgen voor een inkomen door de ganse dag, in vol ornaat en bijgestaan door een lama, te poseren op een mooi plekje: één sol per foto, een beroep zoals een ander. De volledige plaza is overdekt met canvas en plastieken zeilen, het kerkje wordt versmacht en is onzichtbaar. De meeste huisjes zijn omgevormd tot souvernirwinkeltjes en restaurantjes die allemaal hetzelfde aanbieden. De mooie woningen aan de plaza zijn nu pizzeria’s en café’s. De terrassen zitten afgeladen vol met zongebruinde Amerikanen met veel dollars op zak. Vreemd: dit is het eerste land op onze tocht waar Amerikanen in grote getale aanwezig zijn. De neurotische Amerikanen voelen zich waarschijnlijk beschermd en vrij van Islamitische terreurdreiging in hun katholieke achtertuin. De lokale bevolking en politici varen er wel bij, maar hun ziel is verkocht aan de duivel van het massatoerisme en een jammerlijk voorbeeld van hoe ongebreideld toerisme een van oorsprong prachtige plaats volledig de nek kan omwringen. Wat een verschrikking!
Hop en terug in de bus en verder naar Urubamba; hier is niets te beleven en we stappen in de terminal over in een klaarstaand minibusje voor de laatste kilometers naar Ollantaytambo; evenveel toeristen maar het pleintje van kinderkopjes en scheefgezakte huisjes errond zijn minder aangetast. Maar ook hier overheersen pizzeria’s en kun je online. De meeste bezoekers hebben geen belangstelling voor het dorp maar trekken massaal naar de berghelling erachter: Ollantaytambo is het perfecte voorbeeld van de Incabouwkunst met indrukwekkende terrasmuren, irrigatiesystemen en offerplaatsen opgetrokken met buitenmaatse rotsblokken, zo perfect bewerkt dat je twijfelt of dit het werk van mensenhanden. De Spanjaarden hebben indertijd heel wat moeite gehad om dit bolwerk in handen te krijgen en de muren zijn zo imposant en zwaar dat – zo gaat het verhaal - de Spanjaarden het niet zagen zitten om ze af te breken.
We hebben nog tijd tot vanavond voor de trein naar Aguas Calientes. Deze enige manier om Macchu Picchu te bereiken wordt ons zwaar aangerekend; in de lokale trein mogen voor een paar cent enkel Peruanen instappen. De volgende ‘Backpackerstrein’ vertrekt om half acht vanavond en hierin worden enkel buitenlanders verplicht te reizen. De twee andere treinen kosten een klein fortuin met als ‘top of the bill’ de superdeluxe ‘Binghamtrein’ die vijfhonderd dollar kost voor een retourtje, maar drankjes zijn hier wel inbegrepen.
Het ritje duurt nauwelijks anderhalf uur. We staan enkele minuten stil naast de Bingham-trein: prachtige retrostellen met schoon volk in rode pluche zetels, veel koperwerk, lampjes en gordijnen. Dames en heren zitten aan wit gedekte tafels bij een whisky-soda, obers die als een knipmes kunnen buigen brengen zilveren schotels met ongetwijfeld uitgelezen spijzen aan.
Zij kijken naar ons, wij naar hen ... Wij halen onze zak met mandarijntjes boven ...
Aguas Calientes bestaat enkel dankzij Machu Picchu: een verzameling hotels en restaurants naast de spoorlijn verstoken in een diep en smal dal, ingesloten door rechte bergwanden die tot vlak aan het centrum raken. Het meisje wacht ons op en gaat ons voor naar hotel ‘Bromelia’, een lelijke betonnen blokkendoos met eenvoudige kamertjes, bestemd voor de passanten die niet langer dan een nachtje blijven om de volgende dag naar Macchu Pichu te gaan, net zoals wij dat morgen eveneens gaan doen.

16.06.2008: dag 336: Cusco









We schaffen ons deze morgen een Algemeen Ticket aan dat toegang verleent tot de meeste niet-religieuze archeologische sites van de oude Inca´s. Gelukkig krijgen onze studenten een korting van vijftig percent op de overdreven hoge prijs. Toegang tot kerken en kloosters vereist een ander ´algemeen ticket´: dit is pure afzetterij; we bekijken de kerken wel aan de buitenkant.
We reserveren eveneens het treinticket naar Macchu Picchu. De enige verbinding naar dit archeologisch heiligdom is via de trein die de Peruaanse regering voor een prijsje van de hand deed aan een Brits-Chileense privé-onderneming die vandaag - zonder enige concurrentie - een schandalige prijs van zestig USD hanteert voor een ritje van anderhalf uur. Er is geen andere uitweg en we tellen aan het loket de dollars met tegenzin neer.
´Tambo Machay´, ´Puca Pucara´, ´Kenkko´ en ´Sacsayhuaman´: het Incarijk is door de Spanjaarden herleid tot massieve ruines van enkele meters hoge muren, de enige overblijfselen rond Cusco die nog een getuige zijn van het machtige rijk van de Inca´s. De stenen resten liggen in de heuvels in de directe omgeving van Cuzco.
Je hebt wel wat verbeelding en inlevingsvermogen nodig om de grootsheid van het rijk in te schatten. Een taxi rijdt de vallei uit en brengt ons naar het verste punt.
In ´Tambo Machay´ zijn enkele stenen terrassen bewaard: een ritueel reinigingsbekken dat nog steeds met het water van een bron wordt gevoed. Een paar minuten verder laten we ons rondleiden door een gids in ´Puca Pucara´ of de site waar de nobelen en toekomstige leiders van het rijk een gedegen opleiding kregen en mediteerden. Enkele trappen en wat muren met doorgangen en deurposten moeten ons hierbij helpen een beeld te vormen.
Een eindje verder bekijken we ´Kenkko´ of een hoop rotsen met enkele onderaardse stenen altaren in massieve rotswanden gehouwen. Hmm: waarschijnlijk interressant voor archeologen van het harde type maar voor de modale toerist, die we zijn, een nutteloos bezoek. De rondgrazende lama´s daarentegen vormen wel een mooi plaatje.
´Sacsayhuaman´ lost de verwachtingen tenslotte wel in: een reusachtige wand in drie verdiepingen die eruit ziet als een verdedigingswal van een fort. Onderzoekers hebben ondertussen andere meningen omtrent de betekenis van deze imposante stenen muren. De gigantische stenen blokken lijken gezaagd en passen perfect in elkaar als in een gigantische puzzel. Tussen de naden is er geen enkele begroeiing te vinden, terwijl er in de naden van later gerestaureerde delen intussen onkruid zichtbaar is.
Vier gaatjes in ons ticket en nog zes te gaan; we sparen ze voor de volgende dagen.
Cusco ligt beneden en we lopen de trapstraatjes omlaag tot in het oude centrum en bezoeken ons huisrestaurantje waar we net op tijd zijn voor een laat middagmenu.
Er zijn dan wel geen examens maar we lassen vandaag wat extra studeertijd in.

zondag 15 juni 2008

15.06.2006: dag 335: Cusco





<





Eindelijk terug fit! Ontbijten in het keukentje samen met de eignaar bij krakend verse pistolees en dampende koffie.
Twee wereldbeschavingen voor de prijs van één, dat is Cuzco: een Spaanse koloniale stad bovenop de fundamenten van de oude Incacultuur. Bijna iedere straat bevat resten van veertiende eeuwse Incamuren, bogen en doorgangen; de dikke grijze trapeziumvormige stenen passen precies in elkaar zonder gebruik van een spatje cement en dienen al eeuwenlang als onverwoestbaar fundament voor de kwetsbare Spaanse kathedraal, kerken, kloosters en villa’s. Eeuwenoude woningen zijn omgevormd tot eenvoudige restaurantjes of goedkope hotelletjes met ‘patine’ en zonder moderne faciliteiten: een hard bed in een koud kamertje. We zijn nog net op tijd voor de zondagsmis in de kathedraal van Cusco. Veel katholiek goud in de barokke zijkapellen. Toegang is nu nog gratis, straks moet je een ticketje kopen als je God wil raadplegen. In de andere kerken zijn de zondagsdiensten ook in volle gang en de zitbanken zijn allemaal bezet.
Het is vaderdag en fiësta in het centrum, het park en de zijstraten in de omgeving van de kathedraal, Het leger - in de vorm van een kakikleurig bataljon - bouwt een feestje met een parade begeleid door de fanfare, kleurrijke folkloregroepen en organisaties van verpleegsters tot studenten maken zich in latinosfeer klaar voor een uitbundig rondje op het plein. De sfeer is vrolijk en feestelijk in aanwezigheid van de burgemeester en hoogwaardigheidsbekleders die de stoet minzaam gadeslaan vanonder hun baldakijn gesponsord door ‘Cerveza Cristal’. De sfeer doet me aan een exotische film denken waarvan de titel mij ontsnapt; (in de kerktoren zat een sluipschutter ...)
We maken een wandeling naar de voornaamste plekjes, pleinen en onvermijdelijke religieuze gebouwen zonder een haarscheurtje intact gebleven, door de eeuwen heen dankzij de aarbevingbestendige fundamenten en steunmuren van de Inca’s en jammerlijk maar vakkundig door de Spanjaarden gesloopt voor ‘Het Nut Van Het Algemeen’. Families uit de omliggende dorpen komen naar het zondagse Cusco afgezakt, piekfijn en traditioneel gekleed: de mannen verbleken wat bij de ronde vrouwtjes in dikke kleurrijke wijde rokken in verschillende lagen, de zonnehoed op het hoofd.
Musea en andere antieke attracties bewaren we voor de volgende dagen als we ons morgen een ‘Algemeen Ticket’ kunnen aanschaffen dat toegang geeft tot alle bezienswaardigheden in en rond Cusco.
Vader kiest een fles Argentijnse wijn die straks gekraakt wordt als we vanop ons balkon ‘de zon zien ondergaan in Cusco ...’

14.06.2008: dag 334: Nazca - Cusco & Cusco





De zetels zijn van het relaxe type, maar als de nachtrit veertien uren duurt, de weg bestaat uit talloze korte bochten, over berg en dal gaat, je constant heen en weer geslingerd wordt in je stoel en er van slapen geen sprake blijkt, dan kom je behoorlijk versuft en wat zeeziek aan op een late ochtend in Cusco: de oude Incahoofdstad en drieduizend vijfhonderd meter hoog in een vallei in de Andes. Ons hotelletje ligt aan de rand van de oude stad tegen een heuvel en dat vereist nog wat vermoeiend voetenwerk vooraleer we aan de houten poort van pension ´Inca´ kunnen aankloppen. Onze kamer is gereed in een prachtige sfeervolle en authentieke Spaanse woonst, een beetje gammel, scheefgetrokken en van hout maar met een gastvrij onthaal, een overschot aan karakter en als extra bonus aardbevingbestendig.
Vijf bedden in een ruime kamer, houten vloer en twee balkonnetjes met zicht op het plaveienstraatje en de witgekalkte Spaanse huisjes op de fundamenten van de Incastructuren. Aan onze voeten kijken we over de bruine pannendaken en koloniale kerktorens van het schitterende Cusco en een hoop geschiedenis klaar om te ontdekken.
De slapeloze nacht en de grote hoogte heeft ons allemaal behoorlijk vermoeid en de adem benomen. Jasmien heeft de hele nacht hoofdpijn gehad in de bus nadat enkele hoge bergpassen werden overgestoken en ligt uitgeteld te bed. Na een klein middagmaaltje kruipen ook wij allen onder de dekens en slapen een gat in de dag tot het alweer donker is.
De vermoeidheid is blijkbaar heel groot want de avond gaat ongemerkt terug over in de nacht en een lange nachtrust volgt op het namiddagslaapje van daarstraks. Buiten is het koud, enkele nachtgangers passeren lallend in de straat, een meute honden zwerft blaffend door de buurt. We slapen door alles heen onder een dikke laag warme dekens ...

vrijdag 13 juni 2008

13.06.2008: dag 333: Nazca - Cusco









Laten we de beroemde lijnen maar eens van nabij bekijken en zelf een verklarende bijdrage leveren voor het mysterie van Nazca ...
Er zijn twee mogelijkheden om de figuren te zien: een panoramisch tochtje in de lucht in een klein vliegtuigje en uitgesloten wegens nogal gevaarlijk omdat er regelmatig dodelijke ongevallen gebeuren en - gelukkig - ook te duur.
We zijn minder ambitieus en ook content als we een paar lijnen of figuren vanuit een toren of heuveltje kunnen aanschouwen.
We huren een taxi en maken een dagtochtje naar de verschillende attracties die Nazca te bieden heeft.
Vanop het ´gelijkvloers´ heb je geen enkel idee dat er honderden kilometers lange strepen, banen en figuren in de woestijn gegraveerd zijn en het is pas sedert de tijd van de eerste vliegtuigen dat het mensdom het bestaan van de lijnen ontdekte. De twee uitkijkpunten leveren geen spectaculaire beelden op maar geven een indruk van de enorme lengte van de lijnen die die als banen loodrecht kilometers ver naar de bergen leiden. Enkele kronkels zijn een onderdeel van de poot van een hagedis en een beetje verder moeten we een boom onderscheiden. De keien en stenen in deze vlakke en altijd droge woestenij werden door een antieke beschaving verplaatst en leveren een kleurverschil op zodat de contouren van de geometrische figuren zichtbaar worden. Het feit dat het gemiddeld maar twee uur per jaar wat regent houdt in dat de lijnen niet onderhevig zijn aan erosie en al honderden jaren intact gebleven zijn.
Een antieke astronomische kalender zoals Maria Reiche beweert? We blijven sceptisch; er zijn zoveel lijnen dat er altijd wel eentje op de 21ste naar de laagste of hoogste stand van de zon wijst...
Lijnen die naar waterbronnen leiden? Waarom niet gewoon een hoopje stenen leggen of een monumentje bouwen op de plaats van de bron? Te ingewikkeld.
Ik ben meer voor de versie van Erich Von Dänicken die inhoudt dat de lijnen landingsbanen van UFO´s waren; da´s pas spannend en romantisch! Trouwens als je een tijdje zonder pet in de zon staat zie je de schotels overal rond je oren vliegen ...
Zo, dat mysterie is ook weer opgelost. We rijden terug naar Nazca-city. In de verte achter de grijze bergen doent de hoogste zandduin ter wereld op: meer dan tweeduizend meter hoog. We bekijken een tweeduizendjarig ondergronds aquaduct dat nog steeds water van de enige rivier uit de bergen richting Nazcavallei vervoert. Tijd om even te griezelen: naast een verwoeste Incaruïne, bij een lokale boerenfamilie ligt een macabere verzameling Incamummies en schedels op houten rekjes in kartonnen dozen en onder een laagje bruin stof tentoongesteld.
We brengen een bezoekje aan een ambachtelijk atelier waar de oude Inca-keramiekkunst nog steeds wordt beoefend. De man demonsreert hoe een kruikje gevormd, gekleurd en gebakken wordt. Tenslotte nemen we een kijkje in een artisanaal bedrijfje waar goud gewonnen wordt uit gesteente dat in de bergen rondom Nazca wordt gedolven: een buitengewoon tijdrovend hand- en benenwerk waarbij kwik wordt gebruikt om per dag een gram goud te winnen uit een mengeling van water en gemalen gesteente. Een job waarbij je niet oud wordt door de dodelijk giftige kwikdampen die zich eveneens verspreiden in de woonbuurt rondom deze goudwinning.
Om half acht vanavond worden we bij ´Cruz Del Sur´ verwacht voor de nachtrit van veertien uur door de bergen van de Andes naar Cusco. Gelukkig zijn de ligzetels in de luxe autocar comfortabel en worden we voorzien entertainment, eten en drank.

donderdag 12 juni 2008

12.06.2008: dag 332: Pisco - Nazca

Er rijdt geen rechtstreeks vervoer van Pisco naar Nazca. Een taxi brengt ons naar de ´Panamericana´ of de hoofdweg waar iedere paar minuten doorgaand openbaar vervoer passeert. Dat gaat snel en we kunnen al meteen overstappen in de bus naar Ica en er zijn nog exact vijf plaatsen vrij. Een uurtje tot het eindstation waar we binnen het half uur opnieuw in een andere bus geraken die rechtstreeks tot Nazca rijdt. Een rit van een paar uur en net tijd genoeg om de film helemaal uit te kijken. ´Blue´ ... Wat was dat slecht! Het is zonnig en warm: de mistzone hebben we eindelijk achtergelaten maar we bevinden ons nog steeds in de kleurloze woestijn. Aan het eindstation in het stadje Nazca worden we aangeklampt door tussenpersonen die ons hotels aanwijzen waarop ze een commissie hebben; goed voor hun maar een slechte zaak voor ons omdat we dan teveel betalen. We schudden ze af en gaan en vinden twee kale maar propere kamers in ´Casa Blanca´. Soms is reizen een fluitje van een cent ...
We moeten even vooruit kijken voor vervoer naar Cusco en reserveren direct plaatsen voor de nachtbus van morgenavond. Nazca is de lokatie waar de mysterieuze lijnen en tekeningen in de woestijn gegraveerd staan. Vandaag is het te laat om ze te gaan bekijken. Dat houden we tegoed voor morgen. Hmm ... er is inderdaad niets opzienbarends gebeurd vandaag ...
Vanavond bezoeken we een voorstelling waarbij uitleg wordt gegeven rond de mysterieuze figuren en lijnen in de pampa van de woestijn. Het levenswerk van de Duitse wetenschapper Maria Reiche die gedurende vijfenveertig jaar iedere dag in de woestijn doorbracht op zoek naar een verklaring voor de lijnen van Nazca. Geen familie, niet getrouwd en een beetje gek ...
Twee theorieen blijven overeind: een gigantische antieke astronomische kalender of lijnen die waterbronnen aanduiden en als straten voor rituelen allerhande dienden.