woensdag 9 januari 2008

09.01.2008: dag 177: Kuala Lumpur - Cameron Highlands



Groene heuvels met koel en ongerept woud op een hoogte van duizend vijfhonderd meter, net genoeg om nu en dan in wolkensluiers te verdwijnen, palmbomen en varens recht uit de prehistorie, theeplantages zover het oog reikt, bloeiende hibiscusstruiken langs de weg en wilde orchideeën in alle mogelijke kleuren bloeien aan de schors van de bomen, velden met rijpe aardbeien, vlindertuinen, rozentuinen en cactuskwekerijen, Engelse cottages op de hellingen van de heuvels, wandelpaden door het woud, een bezoek aan een thee-estate ... De Cameron Highlands hebben het allemaal en dat op nauwelijk vier uur rijden vanuit KL. Er is echter één groot probleem: de regen valt vandaag onafgebroken en met bakken tegelijk uit de hemel! De lucht zit volledig dicht; donkere wolken deponeren de ene stortbui na de andere. Het is kil en nat. We zijn noodgedwongen aangewezen op ons "Hillview Hotel"; de hills zijn echter verscholen in een grijs mistgordijn. We kopen meteen een ferme paraplu; we verwachten meer nattigheid.
Gelukkig is er een gezellige lounge met boekenkast en tv zodat we de vochtige kilte buiten kunnen mijden. Samen met de gasten kijken we regelmatig bezorgd naar de wolken; Een Duitser is samen met zijn vriendin op een motor met tweespan van Europa tot hier gereden. Na de studie krikt 'Mister Bean on holiday' ons moreel wat op. Vandaag kunnen we niets meer verwachten; morgen kan alleen maar beter worden.

dinsdag 8 januari 2008

08.01.2008: dag 176: Kuala Lumpur



Het moeten niet altijd antieke monumenten zijn die onze bewondering wegdragen. We laten ons vandaag eens onderdompelen de Golden Triangle van KL. Het is dan wel een stad met een klein verleden maar ze blaakt van zelfvertrouwen en Maleisië pronkt nu eenmaal graag met die zelfverworven welvaart.
KL is een multiculturele stad; de bewoners zijn een mix van Indiers, Chinezen en de oorspronkelijke Maleiers. Ze werken en leven vreedzaam samen. Deze gezonde mix van traditionele islamitische waarden - zonder de achterlijke of extreme gedachtengoed -en progressieve westerse waarden maken dit een grote stad.
Hier geen hoofddoekendebat; gesluierde vrouwen zitten naast westers geklede collega's aan loketten in banken, stations of zijn politieagente in het verkeer.
We nemen de metro; lange rijen forenzen - de mannen in deftige kostuums en de vrouwen gekleed in mantelpakjes of lange lichte islamitische kleren op weg naar hun glimmende kantoren in een of andere wolkenkrabber - staan netjes in de rij aan te schuiven op het perron in afwachting dat het treinstel binnenrijdt. De perrons en gangen blinken en nergens is er een streepje graffity te bespeuren. Veiligheidsbeambten zijn overal zichtbaar. Boetes zijn hoog en overtreders worden meteen bestraft. Je leert hier heel snel je manieren! Om half negen 's morgens staan we opnieuw in de rij aan te schuiven in de bezoekershal van Petronas voor een ticket dat aan de eerste twaalfhonderd bezoekers van de dag wordt afgeleverd. We horen bij de gelukkigen: om kwart voor elf stipt mogen we binnen. De inkomhal zet meteen de toon van wat de rest van het gebouw inhoudt: groots, duur en gesofisticeerd.
Aan de voet van de Twin Towers bevindt zich het chique winkelcentrum "Suria KLCC". Glazen liften verbinden zes verdiepingen met galerijen van trendy winkels: Armani, Gucci, Tiffany's, Hermes, Boss, Chanel, Timberland, Rolex ... er is echter geen filiaal van de Wibra
In afwachting van ons bezoek ontbijten we ook een beetje in stijl bij DeliFrance: croissants, verse eitjes en echte koffie met room!
Een wolkenkrabber is een teken van macht en kracht. En onderling willen de landen in deze regio elkaar nogal eens aftroeven "om de grootste te hebben", want alleen die titel telt natuurlijk. Vooraleer we de torens binnengaan krijgen we een driedimentionele voorstelling over de petroleummaatschappij Petronas en haar weldaden voor de menselijkheid, vooral deze van Malaysia.
We zijn tijdig op de afspraak en de lift zoeft met een snelheid van een verdieping per seconde naar de eenenveertigste etage. We mogen een tiental minuten op de loopbrug die de twee torens verbindt. Jammer dat je niet langer mag blijven, want het uitzicht op de stad is adembenemend!
Sedert een paar jaar zijn de twintorens van Petronas niet meer de hoogste ter wereld - deze titel geldt voorlopig weer voor een nog hogere toren in Taipeh - maar het zijn ongetwijfeld de mooiste torens.
Eenmaal terug buiten, staar je vanop enige afstand met ongeloof omhoog naar dit buitengewone meesterwerk van blinkend staal en glas.
We zijn de luxe niet meer gewoon; we keren nog eens terug naar de glitter van de shoppingmall en vergapen ons opnieuw aan alles wat we niet gaan (kunnen) kopen.
We bevinden ons in de tropen en het namiddagonweer is netjes op tijd. De zwoele warmte wordt nog wat ondraaglijker als het water verdampt.

maandag 7 januari 2008

07.01.2008: dag 175: Kuala Lumpur




KL zoals Kuala Lumpur door haar inwoners wordt genoemd is een elegante tropische hoofdstad met - tot voor enkele jaren - een aantal records op haar naam: het hoogste gebouw en televisietoren ter wereld.
De Petronastorens kunnen we vandaag niet bekijken wegens gesloten op maandag. We beperken ons tot een rondwandeling in Little China met zijn vooroorlogse geel, groen en rood geverfde handelshuizen en winkeltjes met Chinese producten, het grote Merdekaplein met tal van koloniale en elegante hoogbouw in islamitische stijl, het oude Britse spoorwegstation uit 1913 en de hypermoderne moskee met blauw dak en een enorme spitse minaret. KL is geen bescheiden stadje en ze steekt haar ambitie niet weg. Wat rubber en olie al niet opbrengen als het verstandig wordt geinversteerd.
Voetgangers hebben het niet gemakkelijk in deze stad waar de auto primeert; brede banen, rotondes en viaducten maken het vermoeiend om ergens te geraken, en na een tijdje doen de voeten pijn en is de vochtige warmte vermoeiend. Gelukkig is MacDonalds of KFC nooit veraf.
's Avonds schitteren de twee Petronas-torens en de trots van de natie wat hoogmoedig boven alle andere gebouwen in een zee van licht. Petronas laat de wereld zien dat zij een grote oliemaatschappij is. Het zijn zonder twijfel de mooiste gebouwen uit de moderne geschiedenis: elegant, sierlijk en gewoon heel erg mooi.

zondag 6 januari 2008

06.01.2008: dag 174: Siem Riep - Kuala Lumpur



Met zijn vijven en evenveel stuks bagage passen we als haringen in een ton in het karretje achter de motorfiets. Onze tuk tuk-chauffeur van gisteren wilde ons absoluut naar de luchthaven rijden. De vlucht met Air Asia vertrekt stipt op tijd en gedurende anderhalf uur vliegen we pal zuidwaarts richting hoofdstad van Malaysia.
De open lucht maakt stilaan plaats voor een dik wit wolkendek. We naderen de evenaar.
Als we het vliegtuig uitstappen omvat ons een klamme en vochtige tropische warmte.
De nieuwe luchthaven ligt op vijfenzeventig kilometer afstand van Kuala Lumpur zodat we nog een uurtje in de bus doorbrengen vooraleer we in de moderne metropool afgezet worden.
Overnachten in KL is een beetje een probleem; luxehotels zijn er in overvloed maar deze zijn 'off limit' voor ons budget. Guesthouses zijn op één hand te tellen en over het algemeen zijn het sombere gebouwen, uitgebaat door Chinezen ergens in een smerig zijstraatje. In deze laatste categorie is de minst slechte optie het 'Pudu Hostel' midden in het centrum en vlak tegenover het grootste busstation van het land.
Dat komt ons nog goed uit als we KL willen verlaten.
We krijgen twee piepkleine kamertjes toegewezen met nauwelijks genoeg ruimte voor de bedden. De wanden zijn van gyproc, zodat we onze buren horen ademen.
Lakens? Neen, maar als we bijbetalen zit er wel een bovenlakentje in; handdoeken? neen, als we nog wat opleggen wordt er eentje uit de kast gehaald. Een matras? Natuurlijk is er een matras, wat denken we wel ... dat komt goed uit want ik had er net geen bij me ...
Gelukkig is er een ruime en gezellige gemeenschappelijke ruimte met tv met groot scherm en snookertafel. Beneden is er een groot internetcafé.
Backpackers van over de hele wereld liggen in de uigezakte zetels en kijken naar de laatste blockbuster op tv. Op het prikbord hangen de laatste nieuwtjes voor reizigers.
Sander en Ruben verdiepen zich 's namiddags nog wat in de schoolboeken.
Om de hoek zijn er een paar Indische restaurants met lekkere Zuidindische schotels. Is dat nu toevallig dat er juist daar een grote stinkende storthoop ligt, de enige in deze kraaknette stad?

zaterdag 5 januari 2008

05.01.2008: dag 173: Siem Riep



De Khmers zijn verantwoordelijk voor een van de meest hoogstaande beschavingen uit de geschiedenis met een nooit geziene architectuur en kunst. Diezelfde Khmers zijn ook degenen die de donkerste bladzijde uit hun geschiedenis schreven; vanaf 1975, toen de Amerikanen het land in de steek lieten na hun nederlaag in Vietnam, tot 1979 regeerde de terreur van Pol Pot in het land.
Het landmijnenmuseum geeft een gruwelijk beeld waar mensen toe in staat zijn. Een voormalig mijnenlegger heeft het tot zijn levenswerk gemaakt om zoveel mogelijk onontplofte tuigen op te sporen en onschadelijk te maken. Er zouden nog verschillende miljoenen landmijnen in de velden verspreid liggen, vooral de grens met Thailand is nog niet helemaal vrijgemaakt. Iedere dag worden nog mensen verminkt door springtuigen als ze in de rijstvelden werken.
Een video toont het levensgevaarlijke werk van Aki Ra, een voormalig kindsoldaat die zowel voor de Kmer Rouge al voor de Vietnamezen mijnen heeft gelegd. Hij ontmijnt met een stok en een schroevendraaier. Hij heeft ondertussen de aandacht getrokken van de grote hulporganisaties die in Cambodia werkzaam zijn in de ontmijning; grote nieuwszenders komen regelmatig langs om zijn werk te filmen.
Op een grote hoop gestapeld liggen honderden onschadelijk gemaakte tuigen; ze lijken op koekjesdozen en verfpotjes en ze zijn er in alle maten en modellen.
Verder liggen in rekken Rode Khmeruniformen met de typische groene pet, geblokte halsdoeken en helmen. Ook enkele geldbriefjes uit het jaar nul. Voorts vele clandestiene foto's en ontroerende tekeningen en schilderijen die de folterpraktijken en ellende onder het regime voorstellen. Onze tuk tuk-chauffeur vertelt dat zijn beide ouders vermoord werden in 1976 toen hij twee jaar oud was.
In het centrum van Siem Riep liggen achter een vitrine in een pagode honderden schedels en beenderen die in de loop van de jaren tot vandaag nog steeds gevonden worden als boeren de velden ploegen. Ook hier weer foto's en tekeningen van sadistische Khmer Rouge-soldaten en hun uitgemergelde slachtoffers. Deze beelden herinneren ons an het Vat Yashem-museum in Jeruzalem waar de brutaliteiten van de Nazi's getoond worden.
Opvallend zijn de gesponsorde waterpompen die voor vele huisjes in Killing Fields staan opgesteld; een affiche toont de naam van de schenker van de installatie. De overgrote meerderheid zijn Amerikaanse namen met erlangs hun vlag. Waarschijnlijk is het een soort van 'wiedergutmachung', een schuldgevoel dat nog leeft bij vele Amerikanen nadat ze de bevolking overleverden aan de Khmer Rouge.

vrijdag 4 januari 2008

04.01.2008: dag 172: Siem Riep: Angkor




Met de fiets naar Angkor is fijn maar met de tuk tuk is minstens zo gerieflijk; je moet in dat geval niet meer trappen en het ding gaat eens zo snel. In de namiddag vertrekken we een derde keer voor een portie cultuur en antieke geschiedenis. De lokale tuk tuk is een brommer met achteraan een karretje gemonteerd waarin vier en in ons geval - met wat wringen en duwen - vijf personen passen.
Op het grote circuit vinden we enkele bouwwerken op onze weg verscholen in de jungle.
Een boeddhistische tempel bijvoorbeeld: een prachtige vierkanten vijver met massieve stenen trappen en op een rond eilandje in het midden een gebeeldhouwde toren. Ernaast, op een lager niveau bevinden zich nog eens vier waterbekkens die gevoed werden door vier onderaardse overdekte fonteinen in de vorm van een leeuw, paard, olifant en een mensenhoofd. Eertijds werden hier rituele reinigingen uitgevoerd.
Als je denkt nu wel alles gezien te hebben doemt tussen de hoge bomen, even verder een ander meesterwerk van Angkor op: Praeh Khan. Men veronderstelt dat het een universiteit was die meer dan duizend leraars herbergde. Mysterieuze ingangspoorten bewaakt door multihoofdige serpenten en onthoofde wachters leiden naar een netwerk van donkere gangen en kamers; de verweerde muren tonen perfect bewaarde religieuze reliefs. De rechte doorgangen bieden een merkwaardig perspectief waarbij je de indruk krijgt in de verte in een spiegelgalerij te kijken; de ene gang geeft toegang tot een nieuwe zonder zichtbaar einde. In enkele donkere nissen staan eeuwenoude boeddhabeelden omgeven met een gele mantel; de rook van brandende wierookstokjes verspreidt een zoete geur. Muren verbrokkelen in de omstrengeling van boomwortels; op half ingestorte daken groeien boomreuzen waarop de wetten van de zwaartekracht geen invloed lijken te hebben: massieve wortelsystemen glijden bijna, als een vloeibare materie over de muren naar beneden en reiken diep tot in de grond.
Het is een wonderbare chaos, een stil maar genadeloos gevecht tussen stenen en de natuur die zijn plaats terug opeist.
We zijn nog net op tijd om de zon te zien ondergaan achter het formidabele Angkor Wat. Duizenden bezoekers slenteren in de avonduren in het complex op zoek naar het perfecte plekje voor de perfecte foto; Kristien is er eentje van.
Het is druk op de weg terug naar Siem Riep; een file van bussen, auto's, tuk tuks en fietsende dagjesmensen keert voor het donker terug naar de stad.
Wij bekeren ons terug tot de vertrouwde noedelsoep en de avond eindigt met een paar spelletjes snooker in ons guesthouse. Sander wint telkens opnieuw.

donderdag 3 januari 2008

03.01.2008: dag 171: Siem Riep: Angkor




We menen deze nacht ongewenste bezoekers te hebben in onze kamer. Onder de linoleum is een oude dubbele plankenvloer met gaten en spleten. Waarschijnlijk scharrelden er muizen of ratten onder het bed op zoek naar lekkers. Onze koekjes en wat mango's werden aan een touwtje opgehangen, maar de geur is blijkbaar voldoende of dit soort ongedierte aan te trekken.
We staan wat vroeger op voor de tweede dag in Angkor. Het is een uurtje fietsen in de koele ochtend tot Angkor Thom; we bezoeken de site met de starende gezichten een tweede keer. Zonder het bezoekerspasje geraak je nergens binnen; de controle aan de ingangen is streng. Overal in de buurt zijn er eetstalletjes en fruitverkopers; je hoeft nergens lang met een lege maag rond te lopen. Voor enkele dollars eet je rijst, groenten en wat kip of varkensvlees bij een grote pint koel Angkorbier natuurlijk.
Via enkele tempels en restanten van een paleis belanden we tussen de torens en ommuurde pleintjes en gangen van Ta Prohm. Terwijl alle monumenten van Angkor nauwkeurig worden gerestaureerd, blijft deze site volledig aan de jungle overgeleverd en de tempel van Ta Prom ziet er nog net zo uit als toen de eerste ontdekkers hem honderd jaar geleden aantroffen. Het hele complex is vervallen en verborgen in de schaduwen van gigantische bomen van meer dan honderd meter hoogte. De bomen en plantengroei dompelen de tempel constant in het halfduister. De verweerde muren hebben een lichtgroene kleur van de mossen die erop groeien. Maar het meest frappante zijn de wortelsystemen van de eeuwenoude bomen die de vervallen torens en muren als reusachtige slangen in een wurggreep hebben genomen. Ta Prohm herinnert ons aan de langzame en onstuitbare kracht van de jungle die het uiteindelijk haalt van alles wat de mens gecreeerd heeft.
Er zijn nog zoveel andere plaatsen die een kijkje waard zijn, maar we moeten onze bezoeken doseren. We maken onze fietstocht verder af van het zeventien kilometer lange "korte circuit". Het is alweer laat in de namiddag als we via de grote weg terugfietsen naar Siem Riep.
Als afsluiter voor vandaag krijgen de kinderen "The Killing Fields" voorgeschoteld of de indrukwekkende verfilming van het leven onder de tirannie van de Rode Khmer.
Als geschiedenisles kan de dag van vandaag dan wel tellen.