zondag 6 juli 2008

06.07.2008: dag 356: Oruro - Potosi








Oruro: drieduizend zevenhonderd meter hoog. De kamers zijn koud zonder enige verwarming, de receptionist levert een paar bijkomende dekens.
Handig zo´n hotel vlak bij het busstation: levert een extra uurtje slaap op.
Op het stationsplein is het al druk; vannacht hebben de stadsvuilniswagens hun afval in een centrale container gedeponeerd: deze puilt uit en tientallen straathonden en een paar zwervers scharrelen naar eetbare resten in het vuil. Buiten is het ijskoud, het heeft hard gevroren. Verkopers gewikkeld in dikke dekens waakten de hele nacht buiten bij hun kraampjes en verwijderen stilaan de plastieken zeilen.
Aan de perrons staan tientallen bussen klaar om naar alle delen van Bolivia te rijden, motoren lopen warm en de uitlaten verspreiden een verstikkende blauwe rook. Van de Kyotonorm heeft nooit iemand gehoord.
We wachten op de eerste zonnestralen terwijl we ontbijten in het station: een broodje kaas en hete koffie.
We kunnen instappen, binnen in de bus is het koud en ook hier geen verwarming. Braziliaanse bussen zijn enkel voorzien van airconditioning die we nu niet bepaald nodig hebben. Sommige passagiers dragen twee winterjassen op elkaar en zijn voorzien van een extra deken om over de benen te leggen. Zij hebben waarschijnlijk de hele nacht in de hal van het station doorgebracht.
Ruben en Sander beginnen stilaan de noodzaak van een winterjas in te zien; de volgende dagen wordt het nog een paar graden kouder, en naarmate we verder zuidwaarts opschuiven wordt de winter strenger in de bergen.
Het hele traject loopt over een bijna vlakke, kurkdroge en ijskoude altiplano. Kleine waterloopjes zijn bevroren. Hier en daar staan enkele lemen huisjes met een stenen omheining. Het aantal lama´s is waarschijnlijk groter dan de menselijke bevolking, maar dat is Vlaanderen ook zo met varkens, schijnt het ...
Geen enkel dorpje van betekenis is er te zien gedurende enkele honderden kilometers. Halverwege stopt de bus aan een armoedig eethuisje voor een korte pauze en een snelle hap.
Vrouwen verkopen op een stukje krantenpapier gekookte mais en een lapje gebakken vlees. We worden al meteen omringd door bedelende kleine kinderen in lompen; verschillende lagen vieze pulls waarvan de kleur niet te achterhalen valt, gezichtjes en handen zijn zwart van het vuil met open korsten van de kou; dit is de meest desolate streek waarin we ooit kwamen: de diepste armoede in de meest extreme temperaturen en woonomstandigheden.
Eindelijk: Potosi, twee uren eerder dan voorzien, voor degenen die van statistieken houden: vierduizend honderd meter hoog gelegen en de hoogst gelegen stad van die omvang ter wereld.
We logeren in een bepaald gezellig onderkomen aan de rand van het oude centrum met enkele Hollanders en Fransen als buren.
Het is zondag: de meeste winkels en restaurants zijn dicht. Op de markt vindt Ruben eindelijk dé winterjas die beantwoordt aan zijn smaak; voor Sander bestaat er geen extra grote maat: hij blijft voorlopig letterlijk in de kou staan ...
De conquistadores hebben dan wel nooit het ´Eldorado´ gevonden maar zij legden hun hebberige handen toch op een andere mooie prijs: Potosi en de ´Cerro Rico´ of de Rijke Berg, vol met zilver. Binnen korte tijd leverde de berg zoveel zilver op dat het hele Spaanse rijk erdoor kon gefinancierd worden. Potosi was ooit de rijkste stad van Zuid-Amerika en tot op vandaag wordt - in het Spaans - iets lucratiefs "dat is een potosi waard" genoemd.
Een eerste verkenning van de stad toont de weelde en grote rijkdom: barokke kerken met hun typische ´organische´ en Indiaanse versieringen, pleinen, kloosters, statige residenties, banken en handelshuizen. De meeste bezienswaardigheden zijn dicht tot morgen. De roestkleurige ´Zilverberg´ domineert de stad. Nog steeds delven kleine coöperatieven zilver en andere metalen. Overmorgen bezoeken we de mijn.

zaterdag 5 juli 2008

05.07.2008: dag 355: La Paz - Oruro





Om het half uur vertrekken bussen naar Oruro, een mijnstad drie uur rijden van La Paz. We kunnen dus rustig inpakken en ontbijten in de kouwelijke keuken van onze residentie.
Naast de bankautomaat in het busstation staat een soldaat met een indrukwekkend geweer op wacht; hier kan ik veilig geld afhalen. Sander en Ruben zijn mijn extra undercover-bewakers; we laten niets meer aan het toeval over.
Bolivia bezit een redelijk moderne vloot comfortabele langeafstandsbussen, afdankertjes uit Chili, Argentinië en Brazilië.
Reizen in Bolivia levert een behoorlijke dosis entertainment op: naast het tijdverdrijf van de film op het tv-scherm (Rocky IV), stapt er onderweg regematig een goedgeklede verkoper op en eist in het gangpad gedurende een half uurtje de aandacht van passagiers op. De eerste houdt een toespraak, diept uit zijn koffertje een stapel boekjes op en prijst de inhoud van bond-zonder-naam-spreuken en levenswijsheden aan; aan iedere passagier deelt hij een pakketje van drie brochures uit. Een handige verkoopstechniek: de potentiële klanten zijn aan hun zetel gebonden en kunnen geen kant uit. Wij krijgen niets. De man heeft intussen waarschijnlijk geleerd dat er aan toeristen weinig valt te verdienen, ofwel willen ze zijn boekjes nadien niet meer teruggeven (wet op de handelspraktijken´: "gegeven is gegeven ...")
Intussen belooft hij iedereen die er eentje koopt een nieuwe wending in het leven. Na de indrukwekkende toespraak haalt de man zijn materiaal terug op, enkele passagiers willen terug zingeving in hun leven en schaffen zich voor een paar euro een pakketje aan dat ´enkel vandaag in promotie is´. Enkele twijfelaars worden toch nog over de streep getrokken.
Na een ´buen viaje´ stapt de man uit en duwt de chauffeur enkele munten in de hand. Korte tijd later volgt een andere die dezelfde werkwijze volgt. Deze prijst een honderd procent natuurlijk poeder aan dat parasieten en lintwormen in het lichaam doodt. Om iedereen te overtuigen van de noodzaak zijn hele voorraad te kopen toont hij een indrukwekkende selectie uitvergrote kleurenfoto´s en tekeningen van bijzonder onsympatieke harige parasieten met lelijke weerhaken die als aliëns een onderkomen vinden in onze maag, vraatzuchtige wormen die zwemmen in onze darmen, onze buiken tot belachelijke proporties doen opblazen, daar al onze voedingsstoffen pikken, dood en vernieling zaaien onder onze goede bacteriën en dan vooral bij kleine kindjes. Ook wij ontvangen een staaltje; wij moeten maar vooral niet denken immuun te zijn voor deze ongenode fauna. Een aantal moeders moeten niet meer overreed worden: zij willen geen kindjes met beesten in de buik en maken snel gebruik van deze unieke aanbieding. Bij aankoop van een familiekuur ontvangt de gelukkige koper nog eens gratis een kookboekje met een selectie parasietvrije Boliviaanse gerechten. Had dat maar eerder gezegd: een paar andere sceptici komen nu ook over de brug. De man haalt de staaltjes bij de anderen terug op en keurt hen geen blik waardig, in zijn blik lees ik dat hij ons een tien meter lange lintworm toewenst ...
Als alle transacties achter de rug zijn nadert de bus het centrum van Oruro. Da´s nu jammer: we misten het einde van de film ...
We nemen intrek in een logement aan het busstation; morgenvroeg reizen we immers verder naar Potosi.
Het ´Museo Sacro, Folklórico, Archeológico y Minero´lijkt ons een fantastisch geheel van diverse leerrijke thema´s en vier musea voor de prijs van één!
Aan een plein staat het gebouwtje: het onderdeel ´Minero´ is een goed begin: in de sacristie van de kerk begint een oude mijngang die een paar honderd meter verderloopt. Allerlei oude mijnwerktuigen staan opgesteld. Opvallend is ´El Tio´ of de ´Geest van de Ondergrond´: een duivels wezentje aan wie de mijnwerkers alcohol, sigaretten en coca offeren als compensatie voor het zilver, tin en lood dat ze uit moeder aarde halen.
In een muf zaaltje hangen enkele oude religieuze schilderijen en blinken kandelaars in een glazen kast: het Museo Sacro.
In dezelfde kamer hangen enkele karnavalkostuums en maskers in een ander rek: het Museo Folklórico en ernaast - in een derde vitrine - liggen préhistorische pijlpunten en potten: het Museo Archeológico.
De conservator legt een beetje schaapachtig uit dat er eigenlijk drie zalen voorzien moeten worden voor de hele collectie ... De jongens wachten al een tijdje buiten ...

vrijdag 4 juli 2008

04.07.2008: dag 354: La Paz


La Paz is een plaats waar je moeilijk wegraakt: vooral de jongens willen vandaag nog eens alle stalletjes en markten met cd´s en dvd´s aflopen op zoek naar ontbrekende films en spellen. Jasmiens´ verjaardag nadert: zij heeft een oogje laten vallen op de zilveren juweeltjes. De Spanjaarden vielen eertijds ook voor dit edel metaal, roofden in korte tijd het hele land leeg en verscheepten tonnen met de ´zilveren vloot´ naar het moederland. Wij gaan het niet zover laten komen ...
Een dag van snuisteren en shoppen.

donderdag 3 juli 2008

03.07.2008: dag 353: Coroico - La Paz



Dit is geen hotel waarin je als ´gast´ wordt ontvangen: geen sok of broek zichtbaar aan het verster hangen! Niet in de lounge van de receptie te zitten! Een barse opmerking deze morgen om de miezerige plantjes in de conservenblikken niet aan te raken is er teveel aan. Mijn reactie dat vooreerst een ´buen dia´ op z´n plaats hoort wordt met een opgestoken middelvinger beantwoordt door de Hauptsturmbahnführer: een Engelssprekend Kaukasisch onbeschoft type met een veel te grote bril op de neus. Bolivia loopt vol met blanke lieve opa´s die de grond onder hun voeten te heet vonden bij het einde van de oorlog in 1945. Dit is er vast zo eentje. We checken uit en bedanken voor het aangename verblijf in zijn concentratiekamp ... Het valt nu pas op: dit hotel draagt geen naam maar heeft een nummer ... 1866
Aan de ontbijttafel op de markt spreken twee jonge mensen ons aan; twee Antwerpenaren, eveneens een jaar op reis, herkennen ons en herinneren zich een korte ontmoeting in oktober vorig jaar in een hotel in India. Het korte gesprekje van toen is ons intussen ontgaan. Wat een toeval om twee mensen na zo lange tijd en zo ver in de wereld terug te ontmoeten. Hun tocht eindigt binnenkort in Lima.
De minibus vertrekt om elf uur. Op het dak worden fietsen vastgesjord; twee bikers die, na de afdaling, mee terugkeren naar La Paz.
De nieuwe weg is een gladde baan, een betonnen kunstwerk hoofdzakelijk betaald door de Wereldbank. Tachtig kilometer en veilig. In plaats van voortaan in de diepten te verdwijnen hebben de chauffeurs echter een nieuwe uitdaging gevonden of hoeveel verkeersovertredingen kun je in gelijktijdig maken: in een overladen busje, pratend in je gsm, zonder veiligheidsgordel om, de maximumsnelheid met dertig kilometer overschrijdend, verkeer inhalend over de dubbele middellijn de eindstreep halen in La Paz.
Na drie uren doorkruisen we opnieuw - in omgekeerde volgorde - de diverse klimaatzones en bevinden we ons terug op de koude altiplano en La Paz.
Onze vorige kamers zijn bezet, we halen onze bagage af en trekken in bij de tegenoverliggende buur ´Señoral´ bij een vriendelijke Spaanssprekende rasechte volbloed Boliviaan.

02.07.2008: dag 352: San Francisco - Coroico







Chorotrek: dag 3
De vakantievierende luidruchtige Boliviaantjes houden ons een tijdlang uit de slaap. Op tweeduizend meter is de nacht koel en aangenaam in een tent. Alle kampeerders zijn vroeg uit de veren: de meesten willen deze middag in Coiroco bereiken om vandaag nog naar naar La Paz terug te keren. Ook Victor en de dragers keren meteen terug.
De laatste etappe is een geleidelijke afdaling tot duizend vijfhonderd meter. De bewoning neemt toe. Door de hoge bevolkingsdruk zien vele gezinnen in de stad of elders geen toekomst en zien claimen percelen grond in het onbewoonde woud. De regering staat toe dat een beperkt aantal mensen stukken mogen rooien voor landbouw. Op vele plaatsen brandt het bos. Bomen worden gekapt en het vuur wordt beneden aangestoken en hoge rookpluimen trekken een verwoestend zwarte streep naar boven. De grond is echter arm en na enkele jaren mais- en aardappeloogsten zorgen regenvloeden dat de vruchtbare aarde wegspoelt. Rest enkel een kale helling keien en rotsen waar alleen varens en taaie grassen willen groeien. Bomen of struiken schieten hier nooit meer wortel. Een nieuw stuk woud zo groot als een voetbalveld wordt dan weer afgebrand.
We houden middagpauze aan het ´Japans Huis´. Een hoogbejaarde Japanner woont hier al sedert vijfenveertig jaar; een anonieme man zonder verleden belandde in deze streek in Bolivia en bouwde er een huisje om het nooit meer te verlaten. Hij woont er alleen met twee hondjes en is in al die tijd met rust gelaten. Men fluistert het maar bewijzen zijn er niet: een oorlogsverleden belette hem om naar huis te gaan. De man zwijgt in het Spaans en Japans en voedt zo de geruchtenmolen. Intussen heeft de oude Japanner niet slecht geboerd: hij bouwde een eenvoudig pension, zijn camping heeft het mooiste uitzicht over de bergen. Zijn houten huisje is omgeven door een mooie Japanse tuin, kwestie van de link met Japan niet te verliezen. Hmm. met een zakvol gouden tanden geraak je toch ver in ´t leven ... We hebben een foto; eens kijken of ze er iets mee kunnen doen in het Simon Wiesental-instituut ...
De man is nieuwsgierig, zeker niet wereldvreemd geworden en is blijkbaar goed op de hoogte van het wereldgebeuren. Hij maakt een praatje en iedere voorbijganger wordt verzocht zijn uitgebreide gastenboek te tekenen. In zijn restaurantje serveert een oude Boliviaanse broodjes met kaas en ei. Ignatio gebruikt de keuken voor het middageten.
De vallei wordt steeds breder, we lopen in de hete zon naar de rivier die nog ver in de diepte stroomt. Enkele zinken daken schitteren: Choiro, een nederzetting van een paar gezinnen en eindbestemming. Een lang zigzagpad van los grind en stenen is de laatste pijnlijke inspanning voor de voeten. Victor stuurt drager Willy naar naar voren om als eerste voor alle andere wandelaars beneden te zijn om een van de weinige busjes op te eisen voor de rit naar Coroico.
Het enige busje is voor ons, de anderen moeten nog twee uur wachten totdat de chauffeur terugkeert uit Coroico. De rit van een uur over de stofpiste is er teveel aan. Coroico ligt op een plateau in de bergen en is ook het eindpunt van de WMDR, de ´Worlds Most Dangerous Road´ of de ´Carreteira de la Muerte´ een oude vier meter brede weg die vanaf de bergpas La Cumbre - het beginpunt van onze trektocht - in veertig kilometer drieduizend meter naar beneden suist via levensgevaarlijke haarspeldbochten, loodrechte bergwanden en ravijnen tot Coroico. Statistisch verdween iedere veertien dagen een bus, vrachtwagen of auto in de onpeilbare diepen.
De brede nieuwe en veilige weg is pas sedert een jaar klaar en de WMDR is nu een toeristenattractie die uitsluitend mountainbikers aantrekt. Coroico loopt vol met gehelmd, bestofd jong volk, de fiets aan de hand - al dan niet met een natte broek - fier de prestatie geleverd te hebben.
We nemen afscheid van Victor en zijn gezellen; zij willen vanavond terug in La Paz slapen.
In een zijstraatje aan de plaza vinden we een bed voor een nacht.

01.07.2008: dag 351: Challapampa - San Francisco






Chorotrek: dag 2
Koud vriesweer vannacht en toch behoorlijk warm in de tent maar morgen wordt het nog wat warmer in de Yunga´s.
Victor serveert op het lakentje een fraai ´continentaal ontbijt´, de broodjes zijn weliswaar in steen veranderd maar als je ze in thee sopt smelten ze in de mond ...
Vanaf de rivier - zo worden we ingelicht - gaat het vandaag een aantal keren vinnig bergop om nadien de gewonnen hoogte prijs te geven in een lange afdaling. Het incapad versmalt en verdwijnt soms helemaal als het door steeds dichter wordend struikgewas wordt opgeslokt. De valleien worden smaller en we moeten regelmatig een hele bocht naar beneden maken om een riviertje over te steken om nadien weer omhoog te lopen om vast te stellen dat er weer een nieuwe zijkloof voor ons ligt. Ja, zo geraak je natuurlijk niet echt vooruit. Bamboestruiken en reuzenvarens duiden een nieuwe vegetatiezone aan: we lopen beneden tweeduizendvijfhonderd meter.
De warmte neemt toe, de bergwanden zijn donkergroen begroeid met een variëteit aan tropische planten, bomen die bloemen in felle kleuren dragen. Het incapad wordt opnieuw duidelijk en loopt nu als een stenen richel langs de bergwand. In de bochten zie je de verstevingingen en dezelfde funderingen die wegenbouwers vandaag nog steeds gebruiken om bergwegen aan te leggen. Fantastisch!
Enkele grafmonumentjes met een ijzeren kruisje en een kruikje met witte lelies duiden de plaats aan waar vroeger mensen zijn verongelukt.
Het is een vermoeiende wandeling tussen dichte begroeiing, onzichtbare vogels fluiten en vervelende steekvliegjes zorgen voor blijvend jeukende rode vlekjes op de onbeschermde huid. Op de blootgestelde bergflanken schijnt de zon heet.
Aan een zonnig plekje aan de stroom serveert Ignaçio uit het niets een bord pasta en kotelet (deze ochtend gebakken). De andere trekkers diepen nog een broodje van eergisteren uit hun lunchtrommeltje op ...
Onze watervoorraad is bijna helemaal verbruikt als Victor de kampplaats aanwijst: in vogelvlucht nauwelijks een kilometer maar het duurt nog twee uren vooraleer San Francisco binnen handbereik ligt: juist, nog drie zijkloven liggen in de weg ...
San Francisco is een smalle vlakke grasweide langs het pad tussen bananenbomen met een onvergelijkbaar panorama op het omliggende bergwoud. Een boerengezin heeft een klein winkeltje met een assortiment van frisdrank en bier. Zij weten wat trekkers willen ... Ooit worden ze nog eens rijk.
Binnen korte tijd is de wei vol, de wandelaars van gisteren nemen ook een tentplaatsje in. Enkele Boliviaanse gezinnen zijn ook onderweg en volgen ons al sedert gisteren met enkele onvermoeibare kleine kinderen en twee hondjes in hun zog.
In een klaterend koud watertje kunnen we ons voor het eerst een beetje wassen.
De wc is een lugubere bezienswaardigheid: een aarden put in de grond bedekt met enkele onstabiele boomstammetjes en een opening in het midden. Beneden, in een onpeilbare diepte beweegt een bruine massa en wemelen ontelbare witte maden groot en klein. Rondom liggen resten van bezoekers die niet goed konden richten.
Iedereen krijgt verbod om het toilet deze nacht te bezoeken ...

30.06.2008: dag 350: La Paz - Challapampa











Chorotrek: dag 1
Een contingent medewerkers wacht ons op aan het pension: gids Victor, Ignaçio de kok en twee Willy´s, extra dragers. De huisbazin krijgt het niet over haar hart onze arme bloedjes van kinderen zonder kleding de koude bergen in te sturen en overhandigt de in beslag genomen t-shirts, waarvoor dank.
We rijden uit de bruine kom van La Paz steeds hoger door een desolaat grijs land. De lucht is helder en blauw maar ondanks de felle zon zijn de waterloopjes wit bevroren. Op deze hoogte groeit bijna niets meer; zwarte rotsen en nog hoger gelegen enkele gletsjers. Op de pas stopt duikt de weg naar beneden richting Yunga´s en laagland. Dit is ook ons beginpunt van de trektocht met dezelfde bestemming. We registreren ons in een klein stenen huisje op La Cumbre, het hoogste punt op vierduizend vijfhonderd meter. In twee dagen gaat het pad via verschillende klimaattypes en plantenzones drieduizend meter naar beneden tot in het warm tropische Bolivia. Kampeermateriaal en voedsel wordt uitgeladen en verdeeld onder de vier dragers. Wij torsen ons deel, vooral de persoonlijke spullen. La Cumbre is desolaat; een ijskoude wind blaast in het gezicht. Beneden wenkt de Andes. Het eeuwenoude incapad start hier en slingert zich in korte tijd tot ver beneden in de vallei. Zwarte puntige bergtoppen met weinig sneeuw omgeven het pad dat behoorlijk steil naar beneden gaat. Het gebied is onbewoond. Een kudde lama´s is ver van huis naar boven afgedwaald en is op zoek naar schaars droog gras. We staan in bewondering voor de stratenmakerskunst die de Inca´s eeuwen geleden aan de dag legden. Sommige trajecten lijken alsof ze korte tijd geleden werden aangelegd. Steunmuren langs de ravijnen zorgen voor stabiliteit, de platte stenen liggen in elkaar gepast glimmemd glad gelopen van de ontelbare voetzolen die intussen gepasseerd zijn. Naarmate we dalen neemt de bijtende kou af en stijgt de temperatuur geleidelijk. De warme kleren worden één na één afgelegd. Het wordt aangenaam warm. Jasmien en Ruben zijn al een tijd uit het zicht verdwenen en lopen met de twee Willy´s ver voorop: die zien we een poos niet meer terug. De begroeiïng verandert snel: kruiden en mossen geven wat kleur in de overwegend grijsgele omgeving. Taaie vetplantjes en struikjes groeien tussen de rotsen en de eerste vogels verschijnen. Nog wat lager groeien heesters en bloeien schaarse bloemen en zoemen insecten.
Het graasgebied van de lama´s wordt stilaan ingenomen door paarden en schapen. In de verte verschijnt de boomgrens in een witte wolkenzone die het begin van het nevelwoud aangeeft. Knoestige bomen en struiken zijn bedekt met groene en witte mossen die voldoende water kunnen opnemen uit de nevels die ´s nachts binnendrijven. Opvallend zijn de witte mosslierten die als engelenhaar aan de takken hangen. We volgen de rivier waar koeien mals gras vinden aan de oevers. Voor lama´s in deze omgeving te warm en ze verdwijnen vanaf nu uit beeld. De afdaling over het gladde pad begint zijn tol te eisen: de tenen duwen pijnlijk en constant tegen de tip van de schoenen. Langs het incapad staan boerenhuisjes: dit is stenentijdperk: een vierkant van een tiental vierkante meters, muren van opeengestapelde onbewerkte rotsblokken waarop een dak van gedroogd gras is gelegd, een venstertje en een lage deuropening, een aarden vloer. De nachtelijke kou kruipt langs kieren en gaten naar binnen. Gezinnen met tien kinderen zijn de norm en hokken ´s nachts dicht bij elkaar samen, gewikkeld in dekens op een houten verhoogje.
De mensen lopen in dikke, vuile lompen en vooral de kinderen zijn over het hele lichaam bedekt met een laagje bruin waterafstotend vuil. Scholen en dokters zijn er niet en de eerste winkel ligt op loopafstand twee dagreizen ver. Niemand wast zichzelf of zijn kleren alhoewel er per dag miljoenen liters helder rivierwater aan de deur voorbijstroomt en het ´s middags aangenaam warm is in de zon. Kinderen lopen blootsvoets, gele snottebellen bengelen onder de neusjes; ze volgen de ouderen die schapen hoeden of schrale akkertjes bewerken.
Aan de hangbrug ligt Challapampa: enkele lage stenen huisjes en ruimte voor tenten. Een gezin verhuurt voor een euro de standplaatsen aan de rivier. De keuken - een houtvuurtje - kan gebruikt worden om avondeten te koken. Een tiental andere trekkers is evenaans aangekomen en installeert zich aan de oever. Terwijl de meesten hun eigen potje op het vuur zetten kunnen wij genieten van een mok hete cocathee en weken de pijnlijke voeten in het ijskoude water van de rivier. Ignaçio tovert binnen korte tijd een stevig maaltje van soep, aardappelen en groenten op ons bord.
Het bloemetjestafellaken wordt op de grond gespreid en het diner wordt geserveerd: we worden goed verzorgd. Een paar vieze peuters bezoeken alle tenten in de hoop wat eetbaar lekkers te krijgen.
De zon is intussen achter de bergwand verdwenen en een onaangenaam vochtige kilte valt over het land. We zullen al onze warme kleren nodig hebben vannacht en de slaapzakken moeten hun eerste warmtetest doorstaan ...
Enkele Boliviaanse trekkers proberen - middels handenklap - een heel klein feestje te bouwen, maar al snel houden zij het ook voor bekeken en is het stil en vooral heel donker aan de rivier.